R.K. St. Gummaruskerk Steenbergen


Geschiedenis van kerk en orgel

De geschiedenis van de parochie telt vele eeuwen. Zo stond er in de eerste helft van de 13e eeuw een kerk in Steenbergen. Rond 1510 werd die oude kerk vervangen door een nieuwe, toegewijd aan de H. Jacobus. Die stond op de plaats waar nu de protestantse kerk staat. Vóór 1521 was er al sprake van een orgel in deze kerk.

St. Jabobuskerk
De oude kruiskerk, naar een tekening uit 1832

Tijdens de 80-jarige oorlog kwam Steenbergen onder vuur te liggen. De St. Jacobuskerk werd ontluisterd en tot legerloods ingericht.

Rond 1820 werd die oude kerk afgebroken en vervangen door de huidige protestantse kerk. Geruime tijd moesten de katholieken het zonder kerk en zonder eigen pastoor doen. Die situatie bleef ook na de 80-jarige oorlog nog jaren het geval. Steenbergen was aangewezen op Lepelstraat en Heerle. Toen in 1679 pastoor Jacobus Kerckers naar Steenbergen kwam, vestigde hij zich voorlopig buiten de stad in een huis op Welberg, waar een schuur als kerk diende. Pas in oktober 1708 kon pastoor Kerckers een schuilkerk aan de Kleine Kerkstraat in gebruik nemen, die hij toewijdde aan de heilige Gummarus. Oogluikend werd de katholieke eredienst binnen de stadswallen toegestaan.

De katholieken van Steenbergen richtten in 1754 een verzoek aan de Staten Generaal om een orgel te mogen plaatsen, maar dit werd afgewezen.

Op 16 april 1798 werd tenslotte een orgel besteld bij de beroemde orgelbouwer L.B. van Peteghem te Gent. In mei 1801 kon het worden afgehaald en naar de Steenbergse kerk worden overgebracht. Dit gebeurde door Petrus van der Schrick, familie van waarnemend pastoor C. van der Schrick, voor de somma van f 50,-. Jan Batist Sprangers ontving "voor gedane erbijdsloon en leverantie voor de nieuwe orgel" 224.13.0, en nog eens 187.12 voor het stellen van het orgel en de leverantie van het "hoogzaal".

Franciscus van Rijssel maakte voor het orgel twee engelen en een beeld van Cecilia.
Dionisius Mes werd aangesteld als orgeltrapper, maar spoedig werd dit karwei overgenomen door jongens van het weeshuis.

Uit het handschrift Broekhuyzen (S 35):

"Het orgel in de Kerk der R Cath Gemeente aldaar Is de maker en datum der stichting onbekend. Heeft 12 stemmen Een handclavier geen Pedaal twee blaasbalgen.

Holpijp 8 v
Prestant 4 v
Roerfluit 4 v
Octaaf 2 v
Roerquint 3 v
Tertz 2 v
Mixtuur 4 st
Cornet 4 st
Trompet B 8 v
Trompet D 8 v
Clairon B 4 v
Kromhoorn D 8 v
Tremulant
Ventil"


Vandaar mogelijk de contacten met zoon Kerkhoff. Waarschijnlijk is het nieuwe orgel in Steenbergen de eerste grote opdracht van Kerkhoff geweest, want hij vestigde zich pas in 1864 zelfstandig in Laeken. Op 7 september 1868 kwam J. Kerkhoff naar Steenbergen, en in het bijzijn van secretaris Bogers van het kerkbestuur en pastoor J. van Etten werd het contract opgemaakt.

"Contract tussen met R.K.Kerkbestuur van Steenbergen en J. Kerkhoff Orgelmaker te Brussel, wegens het maken en plaatsen van een geheel nieuw orgel in de R.K. Kerk te Steenbergen.

Het orgel zal bestaan uit twee hand klavieren van 56 toonen en een pedaal klavier van 27 toonen.

Samenstelling der spelen of Registers

le Klavier of grootorgel:

Montre 8 voet 56 pijpen
Bourdon 16 voet 56 pijpen
Viola di gamba 8 voet 56 pijpen
Flute harmonique 56 pijpen
Prestant 4 voet 56 pijpen
Bourdon 8 voet 56 pijpen
Doublette 56 pijpen
Trompette 8 voet 56 pijpen
Fluijt met schouwen 4 voet 56 pijpen
Fourneture 280 pijpen
Cornet 155 pijpen
Clairon 4 voet 56 pijpen
Bombarde 16 voet 56 pijpen
Contre basse 16 voet 56 pijpen
2e Klavier of Positief
Prestant 4 voet 56 pijpen
Bourdon 8 voet 56 pijpen
Fluijt 4 voet 56 pijpen
Doublette 2 voet 56 pijpen
Cornet 122 pijpen
Salisional 8 voet het le octaaf zal met den baart aanspreken 44 pijpen
Melophone 4 voet 56 pijpen
Basson 8 voet 25 pijpen
Hautbois 2 voet 31 pijpen
Voix celeste 62 pijpen

Toebehoortens voor het geheel orgel

  1. Een nieuw orgelkas voor het Grootorgel; de voorkant en twee zijkanten van beste wagenschotte hout, den achterkant van bovenkant van beste grijnen hout; beelden en ornamenten alles volgens de teekening.
  2. De Kast zal 7? ellen hoog zijn, van onder 4 ellen 20 duim breed, van boven 5 ellen breed en 2 ellen diep. De pijpen in t front van t groot orgel en van 4 Positief in beste Banka Tin.
  3. Een Buffet a consol, weur de Klavieren en allen de Mecanismen van de twee nieuwe orgels zullen inkamen? en het pedaal klavier in beste wagenschot.
  4. Een nieuw orgelkas voor het Positief, die in de Balistrade komt volgens teekening in beste wagenschot van boven in best grijnen hout, breed 2 ellen 90 duim; 1 el 25 duim diep, de zijde menellen(?) 3 ellen hoog; en in 't midden 1 el 60 duim hoog.
  5. Een blaasbalg die groot genoeg is om al de spelen wind to geven. De Blaasbalg zal gemaakt zijn met twee pompen en eenen recevoir, er zal eenen klijnen recevoir komen aan het groot orgel en eenen klijnen recevoir aan het Positief orgel.
  6. Eenen Crescendo of jalosien voor het orgel Positief.
  7. Twee secreten in besten wagenschotten met 16 registers voor het groot orgel.
  8. Een secreet in besten wagenschotten met 10 registers voor het Positief.
  9. Allen de Mecanisme, die sterkte moeten hebben in best ijkenhout, de rengetten of de dunne latteken die dienen om het clavier to doen marcheren in best grijnen hout. De Basculs voor de Registers to trekken en de armen in best ijzer. - Alle de winkelhaken die moeten dienen voor t mecanisme in best koper; de trekkens van de Registers gegarneerd met appels van Palisander en een Posteleine plaats waarop de namen van de Registers staan.
  10. De Crescendo of jalosien zullen marcheren of werken met een pedaal en de koppelingen van de twee Klavieren ook met een pedaal, die boven het Klavier van het Pedaal zullen komen.
  11. De wacht, inkomende Regten mondkosten enz. van den Orgelmaker en zijne gasten zijn ten kosten van den orgelmaker. De wacht van Rosendaal naar Steenbergen op de kosten van de kerk; de Orgelmaker zal echter bij het vervoer en inpakken to Rosendaal moeten tegenwoordig zijn en hiervoor niets in Rekening brengen.
  12. De Orgelmaken zal zelf in persoon alle de werkzaamheden moeten verrigten en bij het plaatsen accorderen der Registers of verbeteringen enz. enz, van het orgel noiyt zijne knechten alleen zenden, maar zelf in persoon bij tegenwoordig zijn.
  13. De orgelmaker zal gedurende het eerste jaar na het plaatsen van het orgel hetzelve gratis moeten stemmen accorderen en onderhouden, zullende hij de volgende jaren voor het stemmen en accorderen enz. tweemaal in het jaar zeker, en zo dikwijls het Kerkbestuur zal noodig oordeelen, jaarlijks vijf en twintig gulden ontvangen. Zullende alle reis, mond en andere kosten voor Rekening zijn van den orgelmaker.
  14. De orgelmaker zal zorgen, dat bij het plaatsen van het nieuw orgel, het oude orgel zal kunnen bespeeld worden onder de Godsdienst, en niet geheel mogen opgeruimd worden voordat het nieuw orgel zal kunnen gebruikt worden, zullende hij verpligt zijn het oud orgel ten dien einde to plaatsen aan de Gene of andere zijde van het zangchoor.
  15. Het orgel zal volledig moeten afgewerkt en geplaats zijn in de maant julij 1869.
  16. De orgels met alle de toebehoortens zullen volgens de bovenstaande opgave en voorwaarden gemaakt en geplaats worden voor de somme van vijf duizend vier honderd en tachtig gulden, en daarenboven het oud orgel voor den orgelmaker zijn, hetwelk echter het Kerkbestuur zal kunnen houden voor zevenhonderd gulden. Bij het plaatsen van het orgel duizend gulden to betalen; en drieduizend vierhonderd en tachtig gulden als het orgel geheel is afgewerkt, geplaats en door twee of meerdere deskundigen door het Kerkbestuur to benoemden, zal goedgekeurd zijn; welke keuring zal geschieden op eenen tijd naar verkiezing van het Kerkbestuur.
  17. De orgelmaker blijft borg voor het werk gedurende tien jaren en zal alle gebreken reparatien die in de 10 jaren mogten plaats hebben aan de kas, pijpen, mecanisme, blaasbalgen, klavieren enz. ten zijnen kosten herstellen, en tot waarborg hiervan blijven de overige bedongen gelden teweten een duizend gulden staan mits het kerkbestuur betaald 4 p cent (?) de eerste vijf jaren en de overige jaren 472 persend(?)

Gedaan en geaccordeerd te Steenbergen, 7 september 1868,

w.g. J. Kerkhoff Kerkbestuur:
w.g. J. C. van Etten pastor
w.g. J. Bogers, secretaris.

M. van 't Kruijs: Het Orgel in de R.K. Kerk te Steenbergen is in 1870 door KERKHOFF uit Brussel geleverd, heeft twee klavieren, aangehangen pedaal en 24 sprekende stemmen.

Hoofdmanuaal Bovenmanuaal Bovenwerk   Stomme Registers
Prestant 16 Prestant 4 Koppeling
Bourdon 16 Salicionaal 8 Ventiel
Prestant 8 Voix Céleste 8
Bourdon 8 Bourdon 8
Viola di Gamba 8 Fluit 4
Flûte Harmonique 8 Mélophone 4 Aangehangen Pedaal
Prestant 4 Doublette 2
Fluit 4 Cornet   Crescendotrede voor het Bovenmanuaal
Doublette 2 Hobo D 8
Cornet Hobo B 8
Fourniture
Bombardon 16
Trompet 8
Clairon 4

Het orgel staat afgebeeld in het boekje "75 Jaren St. Gummaruskerk van Steenbergen" van Delahaye en Slokkers. Het Positief kan rugpositief of onderpositief zijn geweest, maar was bespeelbaar op het bovenklavier. Er is sprake van een vrijstaande speeltafel. A. Flooren maakte de kassen. Het pijpwerk kwam uit de fabriek van Josse Peeters in Laeken. Het orgel is gekeurd door E. Gregoir en A. Somers. Kerkhoff nam het oude Van Peteghem-orgel over. Het nieuwe kostte f 5480,-.

Interieur oude St Gummaruskerk

Interieur met het Kerkhoff-orgel (± 1890)

Vermeulen-orgel

Het nieuwe Vermeulen-orgel

Uit de inwijdingsbrochure:

Nieuw orgel in de Dekenale Kerk van de H. Gummarus te Steenbergen.
Het orgel werd afgeleverd Pasen 1951.

Het orgel is ontworpen en gebouwd naar het electro-pneumatische systeem onder advies van de Zeereerw. Zeergel. Pater Dr. E. Bruning o.f.m. lid van de R.K. Klokken- en Orgelraad door de firma Gebrs. Vermeulen - Weert - Alkmaar.

Dispositie:

PEDAAL. C-f'

1. Contrabas 16
2. Subbas 16
3. Octaaf 8
4. Gedekt 8
5. Koraal 4
6. Ruischpijp 3 st. *
7. Bazuin 16
8. Trombone 8

MANUAAL I. C-g'''

9. Prestant 8
10. Gemshoorn 8 *
11. Bourdon 8
12. Octaaf 4
13. Fluit 4
14. Octaaf 2
15. Cornet 5 st.
16. Mixtuur 4-6 st.
17. Trompet 8

MANUAAL II. C-g'''

18. Spitsfluit 8
19. Holpijp 8
20. Zing. Prestant 4
21. Roerfluit 4
22. Quint 2 2/3
23. Piccolo 2
24. Flageolet 1
25. Mixtuur 4 st. *
26. Kromhoorn 8 *

MANUAAL III. C-g'''

27. Zachtgedekt 16 *
28. Prestant 8 *
29. Salicionaal 8
30. Voix Celeste 8 *
31. Roerfluit 8
32. Prestant 4 *
33. Gemshoorn 4
34. Superquint 1 1/3
35. Woudfluit 2
36. Terts 1 3/5
37. Cymbel 4 st. *
38. Trompet 8
39. Schalmei 4 *

KOPPELINGEN

40. Pedaal + Manuaal I met voetdrukknop en wisselwerking
41. Pedaal + Manuaal II met voetdrukknop en wisselwerking
42. Pedaal + Manuaal III met voetdrukknop en wisselwerking
43. Manuaal I + Manuaal II met voetdrukknop en wisselwerking
44. Manuaal I + Manuaal III met voetdrukknop en wisselwerking
45. Manuaal II + Manuaal III met voetdrukknop en wisselwerking
46. Pedaal + Manuaal III 4
47. Manuaal II + Manuaal II 16
48. Tremolo.

DRUKKNOPPEN

1a. Automatisch Pedaal Manuaal II met 6 vrije versterkingen.
1b. Automatisch Pedaal Manuaal III met 6 vrije versterkingen.
2-7. Vaste Combinaties: PP. P. MF. F. FF. Tutti.
8. TWEE VRIJE COMBINATIES.
9. Generaal Register Crescendo
10. Oplosser voor de nos. 2 tot en met 9.
11. Tongwerkafsteller.

VOETDRUKKNOPPEN

Zes voetdrukknoppen in wisselwerking op de normaalkoppelingen.

TREDEN

Trede voor Zwelkast Manuaal III, mechanisch.
Trede voor Generaal Register Crescendo.

Uittreksel uit het keuringsrapport:

"Wat de uitwendige aanblik en afwerking van het orgel betreft, zal iedereen moeten toegeven dat het orgel een sieraad is voor de geheel gerestaureerde kerk, en in zijn kloeke opbouw geheel en al in overeenstemming is met de machtige proporties van het kerkgebouw. De interne structuur van het instrument is zeer degelijk en geheel volgens de voorschriften van het bestek."

"De electrische speeltafel van zulk een orgel is een zeer gecompliceerd geval, dat echter met buitengewone zorg is afgewerkt."

"De intonatie van de verschillende registers is zeer karakteristiek uitgevoerd; het pedaal geeft een stevig fundament en bevat tegelijkertijd alle mogelijkheden voor een mooi Trio-spel; van bijzondere kwaliteit zijn te roemen de Trompet en Salicionaal van het 3de Manuaal; verder de Kwint en de Super-Kwint."

De registers met een * zijn gereserveerd en nooit aangevuld.
Het electro-gedeelte heeft de permanent aandacht van de heer Henk Bolders uit Steenbergen.

stadsoverzicht

kistorgel

dispositie

koororgel

Manuaal Prestant 8 v.a. c
Holpijp 8 B/D
Gamba 8 v.a. c
Fluit 4

Aangehangen pedaal
mechanisch systeem
omvang manuaal: C - f
omvang pedaal C - B
deling bas en discant: B/c.

Het orgel is oorspronkelijk voor het St. Jozefgesticht in Roosendaal gebouwd. Nadien is het overgeplaatst naar het klooster van de zusters Mariadal te Roosendaal. Toen het daar niet meer nodig was ging het orgel naar Halsteren naar het Bejaardentehuis St. Elisabeth. Bij de nieuwbouw wilde men het orgel niet terugplaatsen waardoor de St. Gummaruskerk de gelegenheid kreeg het orgel te kopen. Door eigen mensen is het overgebracht en kreeg het een plaats voor het Maria-altaar, linksvoor in de kerk. De orgelbouwer Patrick Collon heeft in 1982 het pijpwerk geëgaliseerd.


Literatuur:
E.G.J. Gregoir: Historique de la facture et des facteurs dorgues, Anvers 1865, pag. 282, 294.
M. van 't Kruijs: Verzameling van Disposities der verschillende Orgels in Nederland, uitg. Frits Knuf, Amsterdam 1972, pag. 66.
75 Jaren St. Gummaruskerk van Steenbergen. Albert Delahaye en Con Slokkers. Uitgave 1978.
De Mixtuur: 30e jaargang, 1980, pag. 770 en 771.
Frans Jespers: Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900, uitg. Het Noordbrabants Genootschap 1983, pag 284-285.
Hans v.d. Harst: Brochure Basiliek te Oudenbosch, uitg. Heemkundige kring Br. Christofoor, pag 7.